Geplaatst op
Donderdag 10 juli 2025

Geplaatst door
Marrinda Mensink

Verhalen

Dilemma’s op de grens van leven en dood

Wanneer doe ik het goed? Het is een vraag die bij vrijwilligers in de terminale zorg vroeg of laat de revue passeert. Simpelweg omdat er voor veel situaties geen goed of fout ís. Een verhaal vol dilemma’s, van de Zwolse vrijwilliger Jannie Visser, uit haar boek ‘Ontmoetingen op de grens van leven en dood’.

Ik druk op de bel en treed de wereld van Joost binnen. Joost zit op de bank met voor zich een bakje druiven, waarvan hij er met moeite eentje leegzuigt. Hij zit in zijn pyjama en maakt een breekbare, koortsige en zieke indruk. In de kleine en propvolle woonkamer staat zijn bed naast de zithoek.

Ik maak kennis en al snel vertrekken moeder en vriend naar boven, zichtbaar opgelucht dat ik er ben en zij rustig kunnen gaan slapen. Niet meer op één oor liggen en bang zijn Joost niet te horen. Beiden maken een vermoeide en gespannen indruk.

Joost is met veel moeite in bed geklommen. Staan en lopen gaat nauwelijks meer en doet hem zichtbaar pijn. Vermoeid ligt hij naar mij te kijken en ik vraag of hij nog iets nodig heeft voor de nacht. Van de professionele zorg is nadrukkelijk de vraag gekomen om een dag- en nachtritme te hanteren en ervoor te zorgen dat Joost gaat slapen.

Joost geeft aan dat hij nog even wil praten. Gedachtig het verzoek probeer ik dat kort te houden, zonder Joost voor het hoofd te stoten.

‘Ik zie een man die onrustig is en pijn en angst heeft. En behoefte aan praten’

Ik zie een man die onrustig is en pijn en angst heeft. En behoefte aan praten. Waar ben ik mee bezig? Deze man heeft nog maar kort te leven en dan wil ik dat hij gaat slapen, alleen omdat het nacht is? Zonder er verder bij na te denken volg ik mijn intuïtie. Ik luister naar wat hij zegt en ga met vragen in op wat hij vertelt.

Joost is onrustig en vraagt vervolgens of hij naast me kan komen zitten. Ik zit inmiddels op de bank naast z’n bed, onder mijn groene dekentje voor wat warmte. De kachel is uitgeslagen en het is bepaald niet warm in de kamer. Joost klimt met veel moeite uit bed. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen: opstaan en hem helpen of hem zijn gang laten gaan en erop vertrouwen dat hij om hulp vraagt. Ik kies voor de middenweg en vraag of hij hulp nodig heeft. Dat is niet het geval en even later zit Joost warm koortsig en tegelijkertijd bibberend naast me.

Joost vervolgt zijn verhaal, dat steeds persoonlijker wordt. Dan vraagt hij of ook onder de deken mag… Ik aarzel niet. Ik zie een zieke man, onrustig, behoefte aan nabijheid en veiligheid. Ik sla de deken open en zo zitten we samen onder het groene dekentje. Joost wordt zichtbaar rustiger en vertelt verder over z’n leven, z’n angsten, z’n wensen… Ik luister en bedenk me ondertussen of hij niet moet drinken of slapen. Ook bedenk ik me hoe zijn moeder zal reageren als zij onverwachts naar beneden komt. Haar zoon met een vrijwilliger intiem onder zo’n groen dekentje.

Het gesprek wordt steeds persoonlijker. Zo vertelt hij dat hij vader is van een dochtertje dat hij maar één keer heeft gezien. Ik hoor een mengeling van verdriet en trots in zijn woorden. Ik aarzel, niet wetend hoe ik hierop moet reageren…. Klopt dit wel, is hij niet aan het ijlen? Dan laat Joost me een foto zien van een klein aandoenlijk meisje. Zijn dochtertje die hij niet of nauwelijks kent. Wat ben ik blij dat ik mijn aarzeling over zijn verhaal niet heb laten blijken.

In het donker van de nacht neem ik het besluit dat te doen waarvan ik denk dat Joost dat prettig vindt. Het gaat immers om hem. Ik ben er voor hem en niet om alleen maar instructies op te volgen. En hij is een volwassen man die eigen keuzes kan maken. Op de bank in de kussens, tegen mij aan geleund en onder het groene dekentje voelt hij zich zichtbaar prettiger.

Door het praten dringen pijn en ongemak wat naar de achtergrond en vertelt Joost wat hem bezighoudt: zijn leven, de gemiste kansen, de geweldige momenten, zijn pijn en verdriet dat het leven eindigt, wat hij allemaal nog had willen doen en de wijsheid wanneer hij zegt dat het zo fijn praten is met mij, omdat hij mij niet kent. Joost geeft me een inkijk in zijn leven en lijkt, achteraf gezien, daarmee zijn leven af te ronden.

In de loop van de nacht gaat het slechter. De koorts lijkt toe te nemen en hij krijgt steeds meer moeite met ademhalen. Moet ik de familie wakker maken? Ik twijfel, ze waren immers zo moe en ik wil hun nachtrust niet onnodig verstoren. Maar stel dat het onomkeerbare wel gebeurt en ik ben te laat…

Onder het groene dekentje verglijdt de nacht en neemt Joost langzaam maar zeker afscheid van zijn leven. Tegen de ochtend help ik hem weer in bed en hou ik z’n hand vast tot z’n moeder naar beneden komt. Ze vraagt hoe de nacht is geweest. Joost merkt op dat het een goede nacht was. Hij en ik, even intiem verbonden, waarna we afscheid nemen en onze wegen zich scheiden. Ik op de fi ets naar huis, hij verder op weg naar zijn levenseinde.
Enkele uren later overlijdt Joost.

‘Een dilemma is een dilemma, omdat er geen vast antwoord voor bestaat. Zoals uit het verhaal van Jannie Visser ook wel blijkt, maakt een vrijwilliger tijdens een inzet vele keuzes, waarbij er vele opties goed zijn. Als coördinator kom ik ook geregeld voor dilemma’s te staan’, vertelt Mieke Voswijk van ZwolleDoet!

‘Het begint al met een vrijwilliger wel of niet aannemen. Soms heb ik een onderbuikgevoel. Bijvoorbeeld dat ik er niet zeker van ben of iemand adequaat kan handelen. Om een goede inzet te garanderen, voor de vrijwilliger, voor de mantelzorger en voor de terminaal zieke, zet ik zo’n vrijwilliger dan niet in. Als coördinator ben ik ervoor verantwoordelijk dat het voor iedereen goed verloopt. Ik kijk dan samen met diegene in welk vrijwilligerswerk diegene wel zou kunnen beginnen.
Een ander geval is, wat als het huis waar de vrijwilliger terechtkomt, niet veilig is? Wij willen mensen helpen in de thuissituatie, zonder oordeel. Maar voor de vrijwilliger moet het wel oké zijn. Zo kwam ik eens ergens op huisbezoek en in de keuken kwamen de vleeswaren me bij wijze van spreken tegemoet vanuit de koelkast. Toen heb ik overlegd met de thuiszorg om het schoon te maken, zodat onze vrijwilligers er op een veilige manier konden zijn. De oplossing voor een dilemma vind ik dus niet in hoe iets voor mij hoort te zijn, maar in hoe het voor alle betrokkenen goed en veilig geregeld is.

Lees verder

Laat je inspireren door verhalen van anderen

bekijk alle verhalen
Deel deze pagina